Introductie


VINZWEMMEN: Snelheid en uithouding

Zwemmen met vinnen is absoluut de snelste zwemdiscipline. Een blik op de record-tabellen van een zwemnummer dat velen kennen: de 100 meter. Pieter van den Hoogenband deed tijdens de Olympische spelen 2000 van Sydney 47.84 seconden over deze afstand. Bij het vinzwemmen deed Chris Morgan met 43.62 nog drie seconden sneller! De dames: Inge de Bruijn klokte af op 53.77 seconden, Misty Hyman met monovin op 47.09 seconden, ruim zes seconden minder! Eerlijk is eerlijk: In België halen wij dit topniveau niet bij het vinzwemmen.



In België staat klassiek zwemmen, waar de topzwemmers bijna dagelijks trainen, op sportief vlak hoger dan vinzwemmen. De meeste van ons beoefenen de sport ernstig, maar eerder recreatief. Een gezonde sport: soepelheid, algemene spierontwikkeling, diepe ademhaling en krachtige bloedsomloop… We ervaren de natuur bij het zwemmen in open water: het weer, (getijde-) stroming, zout of zoet water...



Met één of twee keer per week trainen halen we heel bevredigende prestaties in het water. Vinnen maken het echte zwemmen bereikbaar voor iedereen. Zonder een atleet te zijn en zonder elke dag te trainen kun je langere afstanden aan en bereik je aanzienlijke snelheden.

Deelnemen in een vriendschappelijke sfeer is belangrijker dan winnen, al is dat laatste ook fijn. Ieder richt zich naar mensen van zijn niveau: wie klopt wie vandaag?



(C) 2004 - Alle rechten voorbehouden

Deze pagina afdrukken