Introductie
VINZWEMMEN: Snelheid en uithouding
Zwemmen met vinnen is absoluut de snelste zwemdiscipline.
Een blik op de record-tabellen van een zwemnummer dat velen kennen: de 100 meter. Eamon Sullivan deed er tijdens de Olympische spelen 2008 van Peking 47.05 seconden over. In het vinzwemmen deed Pavel Kabanov het ruim tien seconden beter in een tijd van 34.79! Bij de dames: Lisbeth Trickett klokte af op 52.88 seconden tijdens de Australische kampioenschappen van 2008, Baozhen Zhu met monovin klokt af op 38.96 seconden, weer ruim tien seconden sneller!
Eerlijk is eerlijk: in België halen wij dit topniveau niet maar de tijden zijn desalniettemin indrukwekkend: op de 100 meter 42.68 bij de heren en 47.05 bij de dames.
In België bestaat het vinzwemmen uit een relatief kleine groep mensen met weinig middelen maar dat neemt niet weg dat de sport ernstig beoefend wordt. Doordat wij zo een kleine groep zijn is de sport zeer toegankelijk en is de instapdrempel laag. Onze zwemmers hebben veel vrijheid om te kiezen hoe zij hun sport beoefenen: competitief of eerder recreatief waarbij een goede basisconditie onderhouden wordt zonder de verplichting om aan competities deel te nemen.
Vinzwemmen heeft nog een extra dimensie, doordat er niet alleen in zwembaden gezwommen wordt maar ook in open water zoals rivieren, meren en zeeën. Waardoor de zwemmer zich één voelt met de natuur.
Met twee keer per week trainen halen we heel bevredigende prestaties in het water. Vinnen maken het echte zwemmen bereikbaar voor iedereen. Zonder een atleet te zijn en zonder elke dag te trainen kun je langere afstanden aan en bereik je aanzienlijkesnelheden.
Deelnemen in een vriendschappelijke sfeer is belangrijker dan winnen, al is dat laatste ook fijn. Ieder richt zich naar mensen van zijn niveau: wie klopt wie vandaag?
